Daniël Jansz Huijboom, meester speldemaecker. 1559->1623

Daniël Jansz Huijboom, is vermoedelijk geboren te Antwerpen in 1559. Zijn vader Jan Hoeyboom was van beroep droogscheerder en is op 29 januari 1546 poorter gemaakt van de stad Antwerpen. Hij zal rond 1525 zijn geboren.

De grootvader van Daniël Jansz was Rutgeert Hoeyboom die kwam van Xanten, een plaats over de grens bij Emmerik in Duitsland, hij is waarschijnlijk geboren omstreeks 1495. Bron: Felixarchief Antwerpen.

Daniel Jansz moet in zijn jonge jaren vermoedelijk al als speldemaker goede zaken hebben gedaan. Daar hij op middelbare leeftijd over vermogen beschikte. Hij koopt later namelijk een aantal huizen in Gouda. Vader en zoon hebben beiden het ambacht van speldemaecker in Antwerpen geleerd. Meer over het beroep Speldemaecker op de beroepenpagina’s. Zij waren daar zo goed in dat zij besloten om naar ’s Hertogenbosch – in die tijd het mekka van speldenmakers – te verhuizen. Dat zij daarin onderdeel uitmaakten van een grotere stroom naar het Noorden moet hen niet onopgemerkt zijn gebleven. Immers onder invloed van de geloofsstrijd met de Spanjaarden vond er een Zuid-Nederlandse immigratie plaats die in 1572 begon en wel doorliep tot 1630.

 In 1579 trokken enige duizenden mensen, onder hen aanhangers van beide religieuze stromingen, uit ’s-Hertogenbosch met have en goed richting Gorinchem, Dordrecht en Haarlem, zoals ook de hervormde gemeente van Breda zich in 1581, na de inname van de stad door de Spanjaarden, te Dordrecht vestigde. (Noot 35, blz. 15 boek J Briels De zuidnederlandse immigratie 1572-1630).

1576-1584. Maker onbekend. De stad gezien vanuit het noordwesten. Uiterst links de Hinthamerpoort, uiterst rechts de Vughterpoort (Pieckepoort)


In 1579 wijst het Bossche bestuur de nieuwe Unie van Utrecht af en daarmee kiest ’s Hertogenbosch de zijde van de Spaanse koning. Pas in 1629 verovert de nieuwe stadhouder, prins Frederik Hendrik, de stad na een beleg van 5 maanden.

Daniël Jansz Huijboom en het gezin zijn daar dan al 30 jaar weg.

1629. De nieuwskaart van Den Bosch afmetingen 75cm bij 77 cm is uitzonderlijk gedetailleerd.

Op 3 september 1597 koopt Daniël Jansz Huijboom in Gouda een huis tussen de Nieuwe Vaart en de Begijnensteeg. Verkoopster is Cataline Eymberts, weduwe van Everts Janszoon. Het gebeurde wel vaker dat een weduwe het huis te gelde maakte om in haar onderhoud te voorzien. Snel hertrouwen was een andere optie, zeker als er geen vastgoed in bezit was.

Nog geen 5 jaar later op 12 april 1602 koopt hij een huis aan de Noordzijde van de Verlorenkost van Cornelis Arienszoon Kip . Op 25 april 1606 verkoopt Symon Hendrixzoon, ook een speldemaker, aan Daniel Jansz, die inmiddels als meester speldemaker wordt vermeld, een huis op de Zuidzijde van de Nieuwe Haven bij de Lieve vrouwen toren . Slechts twee jaar later op 2 mei 1608 koopt hij het huis op het Coningshoff. Omsloten door de huizen aan de Oostzijde van Jacobs Willemsz in de Coninkstraet, en de aan de Westzijde Goossen Coenen linnenwever. Zonder opstand.

Op 19 mei 1609 verkoopt hij een huis en erven aan de Zuidzijde van de Nieuwenhaven aan Sander Maertensz Schotsman. Het huijs strekt van voren tot de Stede waterschap toe, en belendend aan de Oostzijde het huis van Berent Barentsz ende aan de Westzijde het huis Marritgen Thonisdr. Is dit hetzelfde huijs dat hij eerder in 1606 van Symon Hendrixzoon koopt?

Kort daarna op 1 juli 1609 krijgt Daniël Jansz toestemming van het stadsbestuur om brandewijn te tappen in de Nonnensteeg (tot poederseggens toe). Meer informatie over wat zijn dochter Sara Daniëlsdr Huijboom allemaal in dit huis uitspookte.

Gouda heeft echter geen Nonnensteeg. Wel een zuidwestelijk gelegen Nonnenwater die echter veel breder is dan een steeg. Het ligt wel in het verlengde van de Verlorenkost waar hij ook een huis bezat. Ook heeft er een Nonnenbrug en Regulierenklooster “Clooster op den” Raam bestaan in die buurt. Bron: toponiemenlijst (o.a. straatnamen) Gouda.
 

Een plattegrond van de stad Gouda, gedrukt door Joan Blaeu, circa 1650, uit de atlas Toonneel der Steden van de Vereenighde Nederlanden.

Niet duidelijk is waarom Daniël Jansz Huijboom pas op 29 december 1618 poorter wordt „gemaect“ bij burgermeester Ghijsbrecht Aelbrechtsz. Ook weer met vermelding speldemaker van `s Hertogenbosch. Borg staat Jan Cornelisz Romeijn Bode. Er is een lijst* van oud burgemeesters van Gouda. Helaas ontbreekt daarin de periode tussen 1588 en 1618 en dus een beschrijving van burgemeester Ghijsbert Aelbrechtsz *onder de titel Oudheidkundige kring “Die Goude”. Twaalfde verzameling bijdragen.

Op 17 oktober 1622 vinden we van Daniël Jansz Huijboom een bij notaris Th Vlack opgestelde verklaring ten behoeve Teuntgen Cornelisdr, weduwe van wijlen Gossen Aelbertsz, speldenmaker, poortesse deser stede. Inzake het feit dat zij geen geld heeft ontvangen van Goossen Pieters, coopman van spelden, tot Rotterdam.

Ook op 25 januari 1623 bij notaris D Douw een overeenkomst met Daniël Jansz Huijboom, speldenmaker, en zijn buurman over het gebruik van een gemeenschappelijke muur.

Het is onbekend gebleven wie zijn vrouw was. Dat kan een Marritgen (Maria) zijn geweest. De eerste dochter van zijn zoon Jan Daniëlsz kreeg deze naam en er werd vroeger heel vaak vernoemd naar de moeder.

Daniël Jansz Huijboom overlijdt dus in ieder geval na 1623.