1611 Sara Jans Huijboom ‘geen Goede naem ofte Faem nae Gaat’

Februari 1611 verklaringen van verschillende personen over het lichtzinnige gedrag van Sara Jans Huijboom, ongehuwd zwangere, dochter van Daniel Jansz Huijboom, speldemaecker in de Nonnensteeg te Gouda gedurende de periode dat hij daar brandewijn tapte.

De hertaling luidt als volgt:

Op verzoek van Commer Gerritsz, wonend in Bloemendaal, in naam van Claes Jacobsz van der Goude, jonggezel, die zich momenteel in Rotterdam ophoudt.

Joris Verbrugge, saaiwerker (maker van grove wollen stof), ongeveer 43 jaar oud, bevestigt dat Sara, dochter van Daniel Jansz, speldenmaker, wonend in de Nonnensteeg binnen deze stad en momenteel in het kraambed liggende, geen goede naam of faam heeft. Namelijk dat hij haar met …… en zou hebben gedragen.

Verklarend om redenen van wetenschap:

  • Hij, getuige, woont daar direct naast de eerdergenoemde Daniel Jansz.
  • Hij heeft het bovengenoemde (de slechte reputatie) dagelijks horen zeggen, waar hij niet van gescheiden is, ongeveer drie maanden geleden, de exacte tijd daargelaten.
  • Hij, getuige, heeft ook in het huis van de eerdergenoemde Daniel dikwijls ’s avonds en ’s nachts veel lawaai gehoord.
  • Er zijn daar twee keer de ruiten ingegooid. Dit werk is gebeurd nadat hij gestopt was met brandewijn tappen.

Jan van de Putten, fustijnwerker (werker in katoen/linnen), ongeveer 33 jaar oud, inwoner van deze stad, bevestigt eveneens dat de eerdergenoemde Sara berucht is zoals eerder beschreven.

Verklarend om redenen van wetenschap:

  • Hij, getuige, woont tegenover de eerdergenoemde Daniel Jansz.
  • Bovendien heeft hij niet alleen het bovengenoemde horen zeggen, maar hij heeft dagelijks gezien dat er verschillende getrouwde mannen in het huis kwamen.
  • Zij bleven daar twee en drie nachten achter elkaar in huis en maakten veel rumoer, zodat soms, terwijl er al twee of drie man in huis waren, anderen die van buiten kwamen met geweld op de deur beukten en de ruiten ingegooid hebben. Dit is twee verschillende nachten achter elkaar gebeurd.
  • Er is ook een zekere lichtzinnige vrouw, genaamd ‘de Blauwe Druif’, diverse keren in het huis van diezelfde Daniel gelogeerd geweest.
  • Bovendien is daar onder andere ongeveer een halfjaar geleden een zekere Roel de Speelman geweest, die daar een nacht in huis was. ’s Morgens kwam de vrouw van diezelfde Roel daar, maakte veel lawaai en schold de eerdergenoemde Sara uit en toe… dat zij een hoer was.
  • Dit voorval heeft de eerdergenoemde Daniel gehoord. Daarna heeft hij de vrouw van de eerdergenoemde Roel voor… ontboden.
  • Hij, getuige, heeft gezien dat de eerdergenoemde Roel, nadat zijn vrouw met de eerdergenoemde Daniel voor… geweest was, nog verschillende keren naar het huis van de eerdergenoemde Daniel is gegaan.
  • En dat de eerdergenoemde Roel ook met de eerdergenoemde Sara… de hele nacht… dat er licht… is gegaan… toen zij scheidde, toen zij op een zekere plaats was geweest om hoedjes te maken van de dode.

Jan Cornelisz, houtsager, ongeveer 38 jaar oud, bevestigt dat Sara, de dochter van de eerdergenoemde Daniel Jansz, wonend in de Nonnensteeg en momenteel in het kraambed liggende, geen goede naam of faam heeft. Namelijk dat zij zich niet eerlijk zou hebben gedragen.

Verklarend om redenen van wetenschap:

  • Hij, getuige, heeft wel drie keer met de eerdergenoemde Claes Jacobsz hout gezaagd.
  • Terwijl ze samen in de eerdergenoemde Nonnensteeg werkten, kwam de eerdergenoemde Sara soms bij hen, met een mutsje brandewijn bij zich, dat zij hem, de getuige, en Claes Jacobsz schonk.
  • Vervolgens lokte zij Claes naar het huis van haar vader, met als gevolg dat hij, de getuige, verschillende keren zijn werk moest verlaten omdat de eerdergenoemde Claes Jacobsz (die zijn makker was) met haar meeging en achterbleef.
  • Bovendien heeft hij, de getuige, veel gezien dat er verschillende andere manspersonen, zowel getrouwd als ongetrouwd, dagelijks in en uit het huis gingen.
  • En dat hij, vanwege het slechte reglement (de slechte gang van zaken) dat men in het huis van de eerdergenoemde Daniel hield, het niet langer duldde en men erover hoort te klagen.

Reynier Miechilsz, scheepstimmerman, ongeveer 35 jaar oud, poorter (burger) van deze stad, bevestigt eveneens dat de eerdergenoemde Sara…

Verklarend om redenen van wetenschap:

  • Hij, getuige, is een buurman van de eerdergenoemde Daniel Jansz.
  • Hij heeft dan ook van het bovengenoemde (de slechte reputatie) bij veel gelegenheden gehoord dat het een gerucht in de buurt is geweest door het slechte reglement dat men in het huis van de eerdergenoemde Daniel voerde.
  • Hij verklaart verder dat de eerdergenoemde Claes Jacobsz ongeveer twee jaar bij hem, de getuige, in huis heeft gewoond.
  • In die tussentijd heeft de eerdergenoemde Sara diezelfde Claes Jacobsz wel vijftig keer en meer uit zijn huis gehaald, of iemand anders hem laten halen.
  • Zij bracht ook diverse keren brandewijn op zijn werk en dronk die met hem op.
  • Daarna troonde zij hem aan dat hij zijn werk moest verlaten en met haar mee moest gaan, wat hij dagelijks deed.