Mijn grootvader is op 22 maart 1943 – tijdens tewerkstelling – door een ongeval om het leven gekomen. Hij werkte op het rangeerterrein Keulen – Deutz. Wegens een vermeende diefstal van sigaretten moest hij daar één jaar gevangenis uitzitten. Toezichthouder Winkel beschrijft het ongeval als volgt:
Um die gleiche Zeit kam die Rangierlok aus Gleis 11 in sehr langsamer fahrt vorgefahren. Ich rief Huijboom zu: “Vorsicht!” Gleihezeitig rief auch noch ein anderer arbeiter Huijboom zu. Dieser der zuerst noch neben dem Gleise herging, trat plötzlich 1 m vorder Lok in das Gleis. Er griff zwar nach der Lok, um sich festzuhalten, wurde aber umgeworfen. und überfahren.
Het hele dossier is hier te lezen.
Hij is eerst begraven aan de Militairringstrasse te Keulen.

In zijn parochiekerk H Johannes de Dooper is voor hem op maandag 31 mei 1943 om 7.30 uur een herdenkingsmis gehouden.


Het duurde wel tot 6 juli 1951 voordat hij kon worden herbegraven in zijn laatste woonplaats Haarlem. De reden waarom dat nog 6 jaar heeft geduurd is mijn niet bekend. Hij is om 11 uur herbegraven op de RK begraafplaats St Barbara Haarlem aan het Soendaplein 27, grafruimte klasse 3, vak C.C.G. nummer 99.


Dankzij het speurwerk van zijn enige zoon Nico Huijboom is het gekomen tot een bijplaatsing in 1991 op het ereveld Loenen van de Oorlogsgravenstichting. Op 18 november 1991 werd zijn graf, vak A nummer 890, voorzien van een definitieve steen.



