
Een overzicht van de woonadressen:
- 22 januari 1896 Haarlemmmerliede & Spaarnwoude Wijk A nummer 1
- Diverse adressen in bevolkingsregister met wijk en nummer aanduiding. Nog uitzoeken.
- 19 juni 1920 Kwadijk 76 (Dorpsstraat)
- 4 januari 1922 Kwadijk 85
- 29 mei 1925 Heer Kerstantstraat 9 Rotterdam
- 22 januari 1926 Heer Kerstantstraat 3a Rotterdam
- 21 juli 1927 2e Schansstraat 78a Rotterdam
- 8 februari 1929 Albregt Engelmanstraat 58c Rotterdam
- Rösener Manzstraat 34a Rotterdam
- 30 januari 1934 Hooidrift 161 Rotterdam
- 1 april 1935 Hooidrift 157a Rotterdam
- 14 mei 1935 Boylestraat 9 Schiedam
- 12 juli 1937 Hooidrift 161 Rotterdam
- 3 november 1939 Hooidrift 157a Rotterdam
- 30 maart 1942 Hondiusstraat 30a
- 7 februari 1945 Claes de Vrieslaan 114 a Rotterdam (zie vergunning)
- 31 juli 1947 Elandsgracht 14 ”’ Amsterdam
- 10 maart 1952 Derde Helmersstraat 8 huis Amsterdam
- 1 oktober 1970 Karthuizerstraat 21/131 Amsterdam
- 2 februari 1971 Burgemeester van Leeuwenlaan 122 ‘ Amsterdam
- 6 april 1976 Burgemeester Doumastraat 49 Andijk
- 7 maart 1977 Generaal de Wetlaan 18 (11 maanden inwonend)
- 31 januari 1978 Sorghvlietlaan 50 Andijk (bejaardenhuis)
Als zij 6 jaar is, zo rond 1902, gaat zij naar de openbare lagere school in de Haarlemmerliedestraat hoek Amsterdamstraat (later de Teylerschool) Het was een grote school waar de jongens en meisjes onderwijs kregen. Marie gaat met haar oudere broer Rombertus (Bert), die twee jaar ouder is, in 1902 naar de school waar de Heer J.J. Francken hoofd is.


Het is een hele tippel maar men is gewend om alles lopend te doen ook naar school in weer en wind. De route was Oudeweg af richting Haarlem dan linksaf de overweg over naar de Oostersingel. Na de werkplaatsen van de Spoorwegen komt de Amsterdamse poort in zicht en daar begint Amsterdamstraat. Na 100 meter de school het is al met al een klein half uurtje lopen. Van 1 mei 1894 ton en met 3 maart 1908 ”vierde Tusschenschool voor gewoon lager onderwijs”, daarna gemeenteschool nr 13 en 14 (van 1921 tot 1935) en vanaf 1939 Teylerschool genoemd. In de eerste klas werd lesgegeven door de “kleine” juffrouw te Weghel een vriendelijk juf met begrip voor de kleintjes, haar “lange” zuster geeft les aan een hogere klas en was wat strenger. tekst van Han van Dijk zoon van haar zus Agnes Schaafsma


Hoe het is gegaan met Marie na de lagere school weten we niet, maar bij trouwen geeft zij aan dat dienstbode haar beroep is.
Nicolaas Franciscus Huijboom was de eerdere verloofde van mijn grootmoeder Maria (volgens haar eigen zeggen en de reden waarom zij altijd zijn foto heeft bewaard). Na zijn overlijden kreeg mijn grootmoeder verkering met zijn broer J C Huijboom.
Waarschijnlijk kende Marie Schaafsma de familie Huijboom van de zondagse kerkgang of zij maakten deel uit van godsdienstige jongerenverenigingen. In ieder geval maakt Marie Schaafsma eerst kennis met Nicolaas Franciscus Huijboom die woonde op de Lagedijk 4. Marie woonde op de Oudeweg 3 r. Om naar zijn werk te gaan moest Klaas over de Oudeweg en waarschijnlijk heeft hij daar Marie Schaafsma ontmoet. Na zijn overlijden in 1913 kreeg Marie omgang met zijn broer Johannes Cornelis Huijboom (1896-1943)

Het kan ook zijn dat zij elkaar hebben ontmoet tijdens de kerkgang van de parochiekerk Jacobus de Meerdere in Spaarnwoude. Er volgt een verkering en op 26 mei 1920 trouwt zij te Haarlemmerliede en Spaarnwoude. tekst van Han van Dijk zoon van haar zus Agnes Schaafsma

Mijn eerste herinnering aan mijn grootmoeder is dat zij onderdeel uitmaakte van het gezin in de 3e Helmersstraat 8 huis. Mijn moeder noemde haar (schoonmoeder) steevast Moe. Grappig want haar zussen noemde Marie steevast Mie. Oma was in mijn ogen altijd in de keuken te vinden. Ze sliep in een opklapbed (een handige vinding in die jaren om overdag meer ruimte te winnen) op de eerste verdieping in een kamer aan de voorzijde die door een lange kast in het midden in tweeën was verdeeld.
In mijn jonge jaren was mijn oma was mijn steun en toeverlaat. Echt mijn tweede moeder. Zij stond altijd voor mij klaar. Oma kookte vaak de maaltijden die wij ’s avonds als gezin aan de grote tafel met elkaar nuttigden. Zelf nam ze aan tafel weinig van het eten om er voor te zorgen dat niemand te kort kwam en voldoende eten kon opscheppen. Later na het afruimen nam ze nog wat van de restjes.
Zij was het die mij dagelijks in de eerste jaren naar de lagere school RK Schoolvereeniging bracht. Vier keer per dag op en neer lopen van de 3e Helmersstraat 8 naar de Pieter de Hoochstraat 80. Van Oud-West naar Oud-Zuid. 1e Constantijn Huijgensstraat uit, over de Vondelbrug, langs het voormalige Rijkspostspaarbank, Paulus Potterstraat oversteken langs de kiosk op de middenberm, langs de – inmiddels gesloopte – uitbreiding van het Stedelijk Museum, museumplein, langs de Amerikaanse ambassade. Een flinke tippel. Vanaf mijn 8e mocht ik af en toe alleen, een jaar later kon zelf op de step die door mijn vader was opgeknapt en geschilderd.
Ik herinner mij dat ik met oma af en toe op stap was. Meestal om een boodschap te doen. In de Bilderdijkstraat om de hoek zaten alle winkels waar van alles te koop was. Iets verder weg zat een groot filiaal van warenhuis Vroom & Dreesmann. In de Bilderdijkstraat tussen Kinkerstraat en De Clercqstraat stonden enorme dikke en hoge bomen. Naast een van die bomen stond een viskraam. Daar kreeg ik dan van oma een halve zure bom een traktatie. Als we aan het einde van de 3e Helmersstraat links was de 1e Constantijn Huijgensstraat ook met veel winkels. Bij banketbakker Johan Zegers kreeg ik van oma van een Berliner bol een soort kadetje met veel room en poedersuiker erop. Deze banketbakker had met de feestdagen Pasen en Sinterklaas altijd de mooiste en grootste chocolaterie: Hazen, paaseieren, Sinterklazen van wel 60 centimeter hoog. Zo mooi heb ik ze later nooit meer gezien. Ik keek mijn ogen uit in die etalage.
