1918 Jan, Anna Huijboom en hun zoon Jacobus waren erbij: in de bijna revolutie in Amsterdam

Door Hans Huijboom

Jan Huijboom (geboren Nieuwer Amstel 1878), verre neef van mij, was politiek actief. Vanaf 1911 maakte hij deel uit van een groep vrije socialisten in de Haarlemmerpoortbuurt, de vergaderingen waren bij hem thuis, Haarlemmerstraat 151.

Hij was daarna ook penningmeester van een anarchistische vereniging, uitbater van een anarchistische bibliotheek en oprichter van een revolutionair socialistische fietsclub en medewerker aan anarchistische bladen als De Anarchist en de Vrijheids-waan. Vanaf 1916 was hij penningmeester van het ‘Revolutionair Socialistisch Comité’ (RSC), een bundeling van groeperingen links van de sociaaldemocratische partij, SDAP. Deze had bij het uitbreken van de oorlog opgeroepen, de mobilisatie te steunen. Het comité waar Jan Huijboom secretaris van was, was het daar niet mee eens. Deze linkse groepen wilden de strijd tegen het kapitalisme en dus de oorlog die daaruit voortkwam in hun ogen, blijven bestrijden. Dat betekende dat ze de voedselrellen die ontstonden, waarvan het bekende ‘Aardappeloproer’ er maar een is, ondersteunden in een poging zo een revolutie te ontketenen.

Echt menens werd het, althans leek het te worden, in november 1918. Opstand in Duitsland, de keizer gevlucht, vorming van arbeiders- en soldaten raden, zoals in Rusland het jaar ervoor. Het kwam tot een oproep van Troelstra in Rotterdam en Den Haag, waarin hij stelde dat ook hier de bezittende klasse zijn macht zou moeten overdragen aan de arbeiders. In Amsterdam hield het RSC een bijeenkomst, waarna er werd gedemonstreerd bij de kazernes om de hoek in de Sarphatistraat in de hoop dat ook hier zich soldaten zouden aansluiten.

De kazerne bleef dicht en vervolgens werd er geschoten waarbij vier doden en vele gewonden vielen. Bij die schietpartij werd zijn zoon Jacobus gewond. Of Jacobus zelf ook in de demonstratie meeliep, is niet bekend. Het kwam in Nederland niet, zoals bekend, tot een revolutionaire omwenteling.

Uit de anarchistische, beter gezegd syndicalistische, groepen kwam wel een partij voort, de Socialistische Partij (SP) voort. Jan was landelijk penningmeester. De partij veroverde in 1918 bij de eerste verkiezingen met algemeen kiesrecht, één zetel. Bij de volgende verkiezingen in 1922 ging de zetel verloren. De partij ging ter ziele in 1928.

Anna Huijboom, (van de Capelle 1875-1938) echtgenote van Jan, was lid van de Revolutionair Socialistische Vrouwenclub. Ze was betrokken bij dienstweigeringsacties. In 1916 speelde ze een leidende rol bij de protestacties tegen de voedseltekorten. Honderden vrouwen trokken naar het Amsterdamse stadhuis. Anna werd met een aantal vrouwen toegelaten tot burgemeester Tellegen en wethouder Wibaut. Daar brachten ze hun grieven naar voren: ‘We hebben al een week geen aardappel meer gezien. We moeten onze mannen zonder warm eten naar hun werk sturen. Er zijn ook bijna geen wasmiddelen meer te krijgen.’ De wethouder gaf aan dat er schepen met aardappelen onderweg waren. De burgemeester benadrukte dat men deed wat men kon, maar dat men afhankelijk was van Den Haag.

 Het onderhoud leverde niets op, behalve (nog meer) ontevredenheid. Op de binnenplaats van het stadhuis zeiden vrouwen: ‘Nu gaan we naar Den Haag!’ Dat zou uiteindelijk niet gebeuren. Er kwam inderdaad weer wat aanvoer van aardappelen op gang.

In 1917 was het vanaf het voorjaar weer raak: tekort aan van alles. Samenscholingen bij bakkerswinkels en groenteboeren, opmars naar schuiten waar aardappelen klaarlagen voor export. Uiteindelijk leidde dat tot het ‘Aardappeloproer’ van eind juni begin juli. Er vielen 9 doden en 114 gewonden. Anna Huijboom speelde ook bij de samenscholingen en het oproer een voorname rol. Zowel deze onrust als die rond de oproep van Troelstra in den Haag en de optocht van het RSC in Amsterdam leidde in Nederland niet, zoals bekend, tot een revolutionaire omwenteling.

Anna bleef nog enige tijd actief in de partij van haar man, de SP, die van 1918 tot 1922 een zetel in de Tweede Kamer had.

Jacobus Huijboom, zoon van Jan en Anna, raakte gewond op 13 november 1918 in de Sarphatistraat, Amsterdam Centrum. Mijn verre neef, achttien jaar oud, liep mee in een demonstratie van 3000 mensen. Ze waren opgewonden. In de Diamantbeurs, vlakbij, was een bijeenkomst geweest van revolutionaire socialisten, verenigd in het RSC, waar de bijzondere gebeurtenissen van de afgelopen dagen de revue passeerden. In Duitsland was opstand. De matrozen hadden geweigerd uit te varen. De keizer was gevlucht naar Nederland. Er was sprake van de vorming van arbeiders- en soldatenraden die een revolutie wilden ontketenen zoals een jaar eerder in Rusland was gebeurd.

Nederland was weliswaar neutraal gebleven, maar ook hier liepen de spanningen op. De leider van de sociaaldemocratische partij, de SDAP, Pieter Jelles Troelstra, hield op 11 november een toespraak waarin hij aankondigde dat ook hier in Nederland de arbeidersklasse de macht zou overnemen. In Amsterdam belegde het genoemde RSC twee dagen later, zoals gezegd in de Diamantbeurs, een bijeenkomst.

Diamantbeurs uit collectie prentbriefkaarten Archief Amsterdam

Aan het eind riepen velen: ‘naar de kazernes!’ Voor de Kavallerie Kazerne was het: ‘sluit je aan!’, in de hoop dat soldaten zich bij de demonstratie zouden voegen. De poort bleef dicht, niemand kwam de kazerne uit.

De kop van de stoet was al voorbij, toen sommige demonstranten niet alleen leuzen riepen, maar de poort probeerden te forceren. Op dat moment klonken geweersalvo’s. Tientallen demonstranten waren getroffen. Jacobus was een van hen. Hij kon worden weggebracht naar het ziekenhuis. Drie demonstranten overleden, een bezweek later aan zijn verwondingen. Jacobus was door iemand naar het OLVG gebracht en van daar naar het Binnengasthuis.

Jacobus Huijboom trouwde op 27-jarige leeftijd met Maartje van Schoorl, werkte een aantal jaren in een steendrukkerij en daarna als grondwerker bij de gemeente. Hij woonde van 1930 tot 1933 aan de Sparrenweg 8 in de Oosterparkbuurt, hij overleed in januari 1975.

Wiewaswie.nl

Bron van deze drie stukken: W. Linmans, Revolutiekoorts, redactie Hans Huijboom Amsterdam 2024

Collectie prentbriefkaarten Stadsarchief Amsterdam

Foto kazerne: Hans Huijboom

Jacobus Huijboom en ik delen dezelfde oudouders namelijk Hendrik Huijboom (1767-1827) en Geertuij Kok (1770-1849)