Jan Danielsz Huijboom en Heyltje Pauwelsdr (1e helft 17e eeuw)
Onze voorvader Jan Danielsz Huijboom (veertiende generatie) en zijn gezin leefden in een periode die cruciaal was voor de geboorte van Nederland. Zij moesten zich staande houden te midden van de grote onrust in die tijd; de opstand tegen Spanje. Die begon in de tweede helft van de 16e eeuw en had onder meer grote gevolgen voor de stad Antwerpen waar hij was geboren. De stad, een bruisend handelscentrum, viel in 1585 in handen van de Spanjaarden na een belegeringsperiode. Deze Spaanse controle resulteerde in de massale vlucht van tienduizenden inwoners naar de Noordelijke provincies. Veel van deze vluchtelingen namen hun bezittingen en handelsactiviteiten mee, wat de economie van de Noordelijke provincies aanzienlijk versterkte. Deze migratie droeg bij aan de groei en bloei van veel steden zoals ’s Hertogenbosch, Gouda, Delft, Leiden, Amsterdam en Haarlem, en markeerde een keerpunt in de ontwikkeling van de Nederlanden.

Jan Danielsz Huijboom is geboren te Antwerpen omstreeks 1580, hij is de zoon van Daniel Jansz Huijboom. Door de roerige tijden bestaat het vermoeden dat hij nog voor de val van de stad Antwerpen in 1585 met het hele gezin van zijn vader verhuisde naar het, toen nog, veiligere`s Hertogenbosch.
Waarschijnlijk zijn ze een jaar of twaalf ’s Hertogenbosch gebleven en daarna verder door verhuisd naar Gouda. Zijn vader Daniel Jansz koopt namelijk op 3 september 1597 een huis tussen de Nieuwe Vaart en Begijnensteeg, van Cathaline Eymberts, weduwe van Everts Janzoon.
Jan Danielsz is mogelijk – onder invloed van zijn vader – al in Antwerpen met het vak van speldemaker is begonnen. Natuurlijk eerst als gezel. Meer informatie over het beroep van speldemaker is te vinden op de pagina van zijn vader.
Jan Danielsz wordt op 7 juli 1609 poorter van de stad Gouda. Hij woont daar dan al vanaf zijn jeugd blijkt uit de vermelding in de akte:
„van jonx op binner deze Stede met zijn ouders gewoondt hebbende is poorter gemaekt bij Ghijsbert Aelbertsz burgermeester“. Verder staat nog in de akte vermeld dat zijn vader: Daniel Jansz – eveneens Speldemaker – borg staat.

Jan Danielsz Huijboom ondertrouwt te Gouda op 6 november 1602 Heyltje Pauwelsdr.
Tussen 1602 en 1622 krijgen zij de volgende kinderen.
1. Frederick Jansz Huijboom (Huijgboom) (Huboom), gedoopt in Gouda omstreeks 1605, van beroep stadsroeper. Hij is begraven in Delft op 22 mei 1678. Hij ondertrouwt in Delft 1 mei 1627 met Aechje Pieters. Hij trouwt voor de tweede keer in Delft op 10 mei 1653 met Neeltgen Roelants van Santen, zij is gedoopt omstreeks 1620 en begraven in Delft op 5 december 1663. Hij trouwt voor de derde maal te Delft op 18 januari 1665 met Jannitge Claes Mager, zij hertrouwt 1675 Cornelis Hoij.
2. Maria Jans Huijboom, gedoopt omstreeks 1607.
3. Pouwelijna Jans Huijboom, gedoopt omstreeks 1609.
4. Sara Jans Huijboom (Huyboom) (Huboom), geboren Gouda omstreeks 1610, begraven in Delft op 31 mei 1679, zij trouwt in Gouda op 7 november 1632 met Aryen Jacobsz I Corsendonck (Korssendonck), geboren te Gouda omstreeks 1610, meester plateel- en kunstschilder te Delft, begraven te Delft 14 december 1669, zn. van Jacob Corsendonck.
5. Judith Jans Huijboom, gedoopt omstreeks 1613.
6. Lijsbeth Jans Huijboom, gedoopt omstreeks 1616.
7. Magdalena Jans Huijboom, gedoopt omstreeks 1620.
8. Daniel Jansz Huijboom (Huijlboom), gedoopt omstreeks 1623 te Delft, hij trouwt te Delft op 22 juli 1646 Liedewij Joosten, gedoopt omstreeks 1626, zij is begraven te Delft op 31 mei 1699.
De gegevens van een deel van deze kinderen van Jan Danielsz Huijboom komt uit hun doop-, trouw- en begraaf akten. Vijf andere kinderen kwamen aan het licht bij de vondst van de inschrijving van het hele gezin in het hoofdgeldregister van 1622, de eerste volkstelling van Gouda. Een mooie vondst. Fijn is ook dat de kinderen in volgorde van geboorte zijn geplaatst. De geboortejaartallen van deze vijf kinderen is fictief.
De belastingaanslag bedroeg één gulden per persoon. Onbekend is met welke gulden deze belasting werd betaald. Met de gangbare zilveren Carolus gulden met de afbeelding van Karel V of de nieuwere Spaanse gulden met Albert en Isabella daarop afgebeeld?




Verder is vermeld dat het gezin woonde aan de Doelenstraat in Gouda. Dat is in het oostelijk deel, de straat komt uit op het Doelenpoortje en de Doelenbrug over de Fluwelensingel.

Verdere bijzonderheden zijn dat een Dirck Jacobsz als inwonend wordt vermeld een ook voor hem wordt een gulden belasting geheven. Waarschijnlijk was dat een dienstknecht die Jan Danielsz hielp bij zijn werkzaamheden als speldemaecker. Tenslotte valt de vermelding op: ’nijet aengeh, Nota: waer (de) Sack begindt’. Het eerste kan duiden op de betaling, het tweede is mogelijk een aanwijzing over de ligging van het huis.

In 1622 werd in het gewest Holland een hoofdgeld geheven in alle dorpen en steden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was een wapenstilstand afgesproken van 1609 tot 1621, het Twaalfjarig Bestand. Na het bestand werd de oorlog met Spanje hervat. Stadhouder Maurits van Oranje had veel geld nodig voor de opbouw van zijn leger, maar de kas van de Republiek was leeg. Daarom werd in 1622 besloten om meer belasting te gaan heffen. Geen verhoging van de bestaande tarieven, maar een personele belasting of hoofdgeld in het gewest Holland, waarbij iedereen belast werd voor het bedrag van 1 gulden. Daarvoor was het nodig om door een telling erachter te komen hoeveel personen er in het gewest woonden. “Alle personen, soo rijck, arm, oudt als jongh” moesten geteld worden.
Citaat uit een beschrijving over het hoofdgeldregister uit 1622 Gouda
Jan Danielsz Huijboom is begraven te Gouda op 30 maart 1637.
