Ton Kors (1946 – 1993)

Journalist en schrijver Ton Kors was een neef van mijn oma Marie Schaafsma. Hij was de zoon van haar zus Anna Schaafsma. Ton was correspondent in Zuid-Afrika, werkte voor het Haarlems Dagblad en was chef reportage bij Nieuwe Revu. Hij schreef twee non-fictie boeken, en een roman.
Zijn bekendste boek is ongetwijfeld dat over Hannie Schaft, verzetsstrijdster. Voor de bezetter was ze het terroristische ‘rotharige Mädel’, voor communisten een stoere verzetsheldin. Maar Ton Kors portretteert de in 1920 geboren verzetsvrouw een stuk genuanceerder. Nadat hij een reeks artikelen aan Schaft had gewijd besloot hij tot het schrijven van haar levensverhaal. Naast Truus Menger en Freddie Oversteegen, met wie ze actief was, komen veel tijdgenoten aan het woord. Zo krijgt de lezer een uitvoerig beeld van haar. Kors gaat ook nog in op de controverse na de oorlog over haar betrokkenheid bij de illegale CPN.
Even in het kort: Johanna Schaft (Oorspronkelijke roepnaam Jo; pas in het verzet kreeg ze de naam Hannie.) was gedurende haar jeugd een schuchter meisje dat door haar ouders in Haarlem erg beschermd werd opgevoed. Ze kreeg van haar ouders, haar vader was SDAP-lid, een sterk gevoel van rechtvaardigheidsgevoel mee, en een weerzin tegen onrecht. Ze ging na haar HBS-rechten studeren en op kamers wonen in Amsterdam. Ze kwam op tegen de uitsluiting van Joodse medestudenten. Ze gaf Joodse vriendinnen onderdak in haar ouderlijk huis. Ze sloot zich aan bij een communistisch geöriënteerde Haarlemse verzetsgroep, deed veel koerierswerk, bracht illegale kranten rond, bracht onderduikers naar adressen, vervulde koeriersdiensten en nam uiteindelijk, na aarzeling, ook deel aan het liquideren van collaborateurs.
Op 21 maart 1945 fietste Schaft met in haar tas een pistool en een pak illegale bladen, waaronder het communistische De Waarheid, naar IJmuiden. Bij de Rijksstraatweg in Haarlem-Noord werd ze door de Duitsers aangehouden en overgebracht naar de Ripperdakazerne in Haarlem. Kort daarop bekende ze in het Huis van Bewaring in Amsterdam aan de Amstelveenseweg dat ze vijf mensen had geliquideerd. Hoewel er al een soort overeenkomst was geen mensen meer om te brengen, gaf ‘Aussendienstleiter’ van de Sicherheitspolizei in Amsterdam, Willy Lages, de opdracht Hannie Schaft te fusilleren, 17 april 1945, in de duinen van Overveen.
Ton Kors’ boek beleefde verschillende herdrukken. Over Hannie Schaft was eerder al een roman verschenen van Theun de Vries, ‘Het meisje met het rode haar’, dat in 1981 verfilmd werd door Ben Verbong.

Bronnen:
- Ton Kors, Hannie Schaft. Het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s, Amsterdam 1975
- https://hannieschaft.nl/stichting/
Het tweede non-fictie boek van Ton Kors is ‘De tocht opnieuw’ uit 1990. Ton maakte in 1989 met filmvertaler en omroeper bij Radio Veronica Max Groen een reis langs de kampen waar hij in de Tweede Wereldoorlog terecht kwam.
Max groeide op in de jaren twintig, in een joods gezin in Amsterdam, had geen makkelijke jeugd. Hij bracht de oorlog door in Kamp Vught, Ebensee, Redl-Zipf, Mauthausen, Oranienburg en Auschwitz. Terwijl zijn broertje Rudi, die samen met hem werd opgepakt, direct na aankomst in Sobibór werd vermoord, ontsnapte Groen aan de gaskamers doordat hij geselecteerd werd voor het commando ‘Bernard’. Dit commando hield zich bezig met het vervaardigen van de dollar- en pondbiljetten waarmee de nazi’s hoopten de Engelse economie te ontwrichten. Max overleed in 2004.

Bronnen:
- Ton Kors, de tocht opnieuw, Amsterdam 1990
- Collectie 2000 Getuigen Vertellen van het Joods Historisch Museum.
In de autobiografisch getinte roman ‘De tijd van Anton de Lange’ laat Ton de hoofdpersoon zichzelf een spiegel voorhouden. Hij is op zoek naar liefde en vooral ook seks. Hij komt in een vicieuze cirkel, wordt wanhopig, Alles willen vertellen, lijkt een uitweg, maar aan wie? Aan de ontmoetingen die hij overhoudt aan seksadvertenties, aan zijn tachtigjarige moeder, die hij eigenlijk wil ontzien, of aan zijn vrienden die de boodschap niet willen ontvangen. Het is een litanie van zelfkwelling en een, soms zeer expressieve obsessie met homoseks. Dat laatste, de extreme expliciete seks en de ondergang met behulp van coke, xtc en de gevolgen van aids, overheerst volgens Arjan Peters in zijn nogal negatieve bespreking in de Volkskrant. ‘Deze roman laat zien dat aan Ton Kors een gedegen journalist verloren is gegaan.’ Het boek verscheen in 1995, twee jaar nadat de schrijver aan aids was overleden.

Bronnen:
- Ton Kors, De tijd van Anton de Lange, Amsterdam 1995
- https://www.hebban.nl/boek/tijd-van-anton-de-lange-kors
- Arjan Peters, ‘Ik ben zo fucking alleen.’ Monotoon gesjor en gebeuk in postume roman van Ton Kors, recensie Volkskrant, 15 september 1995
