SV St Ignatius Rotterdam West en hoe het verder ging door Ben Tunderman mei 1988
HET BEGIN
ln de twintiger jaren stond het merendeel van de kerkelijke leiders afwijzend tegenover sport en met name tegenover de voetbalsport. “Ouders, houdt uw kinderen af van den voetbalmatch!”, schreef een zekere J.J. Doodkorte in een in 1922 verschenen brochure. De weinige geestelijken die niet tegen sportbeoefening door de r.k. jeugd waren, werden doorgaans “voetbalkapelaans” of “voetbalpaters” genoemd. In Rotterdam was Ant. Timmers S.J. zo’n voetbalpater. Hij was kapelaan in de inmiddels verdwenen jezuïetenkerk in de Van Vollenhovenstraat. Hij richtte in 1929 een r.k. voetbalvereniging op, die -hoe kon het anders -“St. Ignatius” werd genoemd.
Mijn kennismaking met deze vereniging dateert van 1936, toen ik door mijn klasgenoot John Teuling werd overgehaald lid te worden van deze vereniging. Na mijn aanmelding kwam een mijnheer Huijboom thuis kennis maken. Spoedig daarna speelde ik mijn eerste wedstrijd als aanvallende spil tegen Excelsior-B uit Schiedam.
De katholieke voetbalclubs speelden in competitieverband in de D.H.V.B. Diocesaan Haarlemse Voetbalbond of als zij beter getalenteerde spelers hadden in de I.V.C.B. Interdiocesane Voetbalcompetitie Bond.) “St. Ignatius” speelde met haar eerste elftal in de eerste klas van de D.H.V.B. De vereniging beschikte over een eigen terrein aan de Abraham van Stolkweg te Rotterdam -West. Op dit terrein had de nabij gelegen houthandel Abr. van Stolk een optie.
Hoewel de heer J.C. Huijboom geen junior-secretaris was, hield hij zich grotendeels met de begeleiding van de jeugdelftallen (in totaal 4) bezig. Naast het voetballen waren er contacten op de clubavonden in een zaal in de Van Vollenhovenstraat en in de huiskamer van de familie Huijboom, Hooidrift 157b, alwaar soms hele damcompetities werden gehouden. Uit die tijd dateert mijn vriendschap met de zoon van de heer Huijboom, Nico. Nico was keeper in het elftal waarin ik als spil speelde.
BESTUURSCONFLICT
De heer Huijboom heeft jarenlang met behulp van zijn vrouw de redactie, uitvoering en administratie verzorgd van het clubblad ”De Ignatiaan. Als junior raakten wij al geïmponeerd door het vele maandelijkse werk dat deze uitgave met zich meebracht. In 1938 ontstond er een conflict binnen het bestuur van “St Ignatius”. De oorzaak hiervan is mij niet geheel bekend. het hield verband met een forse schuld aan het Waterleidingbedrijf, ontstaan door een lekkende kraan in het kleedlokaal de degradatie van het eerste elftal naar de 2e klasse D.H.V.B. en waarschijnlijk ook persoonlijke conflicten. De heer Huijboom trok zich terug uit het bestuur. Hij liet een schare junioren achter, die hem op handen droeg en die zich automatisch tegen de nieuwe junior-secretaris, de heer Van Ballegooy, keerde.
In verband met de uiterst precaire financiële situatie van ”St. Ignatius” werd destijds door de heer Huijboom een z.g. juniorenactie gestart. Bij elke gewonnen wedstrijd deed een junior één cent in de pot. Van tijd tot tijd zou dan uit de opbrengst aan de vereniging een nieuwe bal worden geschonken. Ik was penningmeester van deze actie. Na het vertrek van de heer Huijboom kwam onverwachts pater Timmers bij mij thuis. Met toestemming van mijn vader nam hij het aanwezige kassaldo van + fl. 10,00 in beslag. Een onrechtmatige daad, waartegen de heer Huijboom nog schriftelijk heeft geprotesteerd. Maar wie durfde in die tijd te protesteren tegen de daden van een priester?
S.V.W.R.
Na, zijn vertrek uit ”St. Ignatius” richtte de heer Huijboom in 1938 met enkele andere heren een andere r.k. voetbalvereniging op in de St. Willibrordparochie aan de Beukelsdijk. De nieuwe club werd S.V.W.R. genoemd. Sportvereniging Willibrord Rotterdam. Zelf nam hij geen zitting in het bestuur. Ik bleef lid van ”St. Ignatius”. Omdat het clubblad niet meer verscheen, hebben enkele junioren onder wie ikzelf, het initiatief genomen het blad weer uit te geven, hetgeen gelukt is.
SPARTAAN
De heer Huijboom en zijn zoon Nico meldden zich aan bij de R.K.S.V. “Spartaan” in Rotterdan-Zuid. De heer Huijboom vervulde hier secretariaatswerkzaamheden en verzorgde ook het clubblad van die vereniging, dat onder de naam “SANO” `Spartaan Algemene Nieuws Omroep) verscheen. Ik bezondigde mij in die tijd aan het schrijven van gedichtjes onder het originele pseudoniem S. Pil. Die gedichtjes verschenen regelmatig in “SANO”. Het eerste elftal van “Spartaan” kwam toen uit in de eerste klas van de l.V.C.B.
OORLOG
lk zelf was inmiddels door gedrongen tot het eerste elftal van “St. Ignatius”. In de competitie van 1939/1940 gelukte het ons kampioen te worden met recht op promotie. Het kampioenfeestje werd op donderdagavond, 9 mei 1940, gevierd in het zaaltje van de Katholieke Kring, Korte Hoogstraat, Rotterdam. Toen wij na 12 uur ’s nachts naar huis gingen, hebben wij in onze brooddronkenheid de passage, een overdekte winkelstraat tussen Korte Hoogstraat en Coolsingel, op stelten gezet. Het was de laatste keer dat ik in die Passage liep, want diezelfde nacht brak de oorlog uit. Vijf dagen later werd de binnenstad van Rotterdam inclusief de Passage verwoest.
Vóór de oorlog bestonden er in Nederland 4 landelijke voetbalbonden, t.w. de K.N.V.B. neutraal, de l.V.C.B. (Katholiek), de Protestantse Bond (zaterdagvoetbal) en de Culturele Sportbond {Socialistisch) Om de bezetter vóór te zijn werd reeds in de zomer 1940 besloten de 4 bonden samen te smelten tot één voetbalbond, de N.V.B. Dat betekende dat wij als goed katholieke jongens tegen neutrale tegenstanders kwamen te spelen. En dat was wat! Het spelpeil lag bij de neutralen hoger, zodat b.v. Spartaan (inmiddels omgedoopt tot Spartaan ’20) al na een jaar degradeerde naar de 3e klas N.V.B.
”St. Ignatius” had in het begin van de oorlog een geheel nieuw bestuur en een nieuwe geestelijk adviseur gekregen. In 1941 werd aan mij gevraagd als junior – secretaris tot dit bestuur toe te treden. De verenigingen kregen het moeilijk. Een eertijds bloeiende vereniging als ”CELER” bijvoorbeeld, voortgekomen uit de St.Jozefgezellenvereniging, kon het niet meer bolwerken en werd in 1943 in ”St. Ignatius” opgenomen. Toch werd tijdens de oorlog – met uitzondering van de laatste oorlogswinter – nog regelmatig competitievoetbal gespeeld.
Het noodlot van de heer J.C. Huijboom is bekend. Zijn zoon Nico en ik verbleven van 1943 tot het einde van de oorlog noodgedwongen in Duitsland. Na mijn thuiskomst vernam ik, dat ”St. Ignatius” weliswaar nog bestond, maar dat het veld aan de Abraham van Stolks¢g onbruikbaar was geworden. De houten schutting was gesloopt om als brandstof te dienen. Ook het houten kleedlokaal dreigde een zelfde lot te ondergaan. Het lokaal is toen door het bestuur verkocht voor de prijs van fl. 600,00.
Pal na mijn terugkeer uit Duitsland trad het gehele bestuur van ”St. Ignatius” af. Uit de resterende actieve leden werd een nieuw bestuur gevormd. lk werd benoemd tot secretaris en tot redacteur van het clubblad, dat bij mij thuis met behulp van o.a.. Albert Waayer werd gestencild.
FUSIE
De in 1938 opgerichte R.K.S.V. S.V.W.R. beleefde na de bevrijding een moeilijke tijd. In 1947 besloten de besturen van “St. Ignatius” en S.V.W.R. tot een fusie. S.V.W.R. bracht een afdeling damesgymnastiek mede. Op 23 juli 1947 werd in het parochiehuis ”Het Jagthuis” in de Jagthuisstraat te Rotterdam-West de nieuwe vereniging opgericht. De naam werd WICO, hetgeen de afkorting is van Willibrord lgnatius Combinatie. Dank zij lgnatius kwam het eerste elftal uit in de 1ste klas Afdeling Rotterdam. Ik werd algemeen-secretaris van het hoofdbestuur. Voor het speelveld werd gebruik gemaakt van de gemeentelíjke sportvelden aan de Abraham Stolkweg. De meisjes en dames beoefenden hun sport in de gymnastiekzaal van de Parochieschool in de Tidemanstraat. Na de gebruikelijke kinderziekten en ”wennen aan elkaar” kwam de organisatie in goede banen. In 1950 kwam er een derde afdeling bij, volleybal. Voor onze jaarlijkse feestavonden (een bron van inkomsten!) werd samengewerkt met het R.K. Toneelgezelschap ”Het Boeckelsgilde”. Overwogen is dit gezelschap in WICO op te nemen. Uiteindelijk werd besloten dit. niet te doen.
JEUGDWERK
Zoals ik al in de aanvang van dit artikel heb vermeld, stonden vele kerkelijke leiders afwijzend tegenover sport als opvoedingsmiddel van de jeugd. Een sportvereniging als WICO met vele juniorleden werd dan ook niet als “jeugdwerk” erkend, hoewel de vereniging wel een geestelijk adviseur ha,d. Dit betekende dat de vereniging geen aandeel kreeg in de jaarlijkse kollekte die ten behoeve van het jeugdwerk in de parochie{s) werd gehouden. In een tijd waarin er nog geen inkomsten waren van toto of lotto, was dit een hard gelag. Een loterij heeft vaak uitkomst gebracht.
NED. KATHOLIEKE SPORTBOND
Na de Tweede Wereldoorlog werd op last van het Ned. Episcopaat de N.K.S., Nederlandse Katholieke Sportbond, opgericht. Alle katholieke sportorganisaties moesten zich hierbij aansluiten. Wat het voetballen betreft kwam de N.K.S. met de K.N.V.B. het volgende overeen:
- niet spelen van katholieke elftallen op zondag vóór 12 uur;
- voor de junioren een aparte “katholieke” competitie;
- voorzitter of vice-voorz.,titer van de afdelingsbestuur moest een katholiek zijn.
Het spelen vóór 12 uur bleek op den duur wel gemakkelijk te zijn, althans in de tijd waarin elke katholiek naar de kerk ging. De eigen juniorcompetitie lokte bij de r.k. verenigingen veel verzet uit, temeer omdat het ín Rotterdam en omgeving zeer moeilijk was zo’n competitie te organiseren. Het vinden van geschikte kandidaten voor de functie van voorzitter of vicevoorzitter was geen sinecure. Bij gebrek aan een opvolger is de heer Hammersteín (Aeolus) jarenlang vice-voorzitter en competitie-leider van de Afd. Rotterdam geweest. Ik ben nog benaderd om hem op te volgen.
Dat betekende een onbetaalde functie om elke week 650 elftallen tegen elkaar te laten voetballen, nog afgezien van afgelastingen, verzoeken om uitstel enz. Ik heb daarvoor bedankt. Wel heb ik later de functie van secretaris van de N.K.S., Bisdom Rotterdam, aangenomen om te trachten de onderlinge verstandhouding tussen de r.k. sportverenigingen te verbeteren.
Wat de gymnastiek betreft werd er geen overeenkomst met de neutrale sportbond gesloten. Tot op heden bestaat er een Katholieke Turnbond naast het K.N.V.G. Met de Katholieke Turnbond ontstonden in het begin conflicten over de nogal preutse voorschriften inzake de sportkleding voor meisjes. In 1949 b.v. werd onze turnafdeling op een N.K.S.-toernooi gediskwalificeerd wegens onzedelijke kleding. De meisjes droegen een rokbroek en ski-sokjes, terwijl lange kousen waren voorgeschreven.
TOELOOP LEDEN
Als gevolg van de geboortegolf ontstond er een geweldige toeloop naar de kleutergymnastiek en juniorafdelingen. Ook volleyers kwamen erbij. De ene zaal welke wij van de parochieschool huurden was bij lange niet meer voldoende. De besturen van r.k. sportverenigingen stonden op het standpunt, dat er meer zalen in meer katholieke scholen ter beschikking moesten worden gesteld. Als het Episcopaat wenst dat de r.k. jeugd in r.k. verband sport beoefent, dan zou de gehele katholieke gemeenschap dit streven moeten steunen. Dat was echter niet zo.
De Verg. voor Katy. Onderwijs in Rotterdam weigerde pertinent de zalen in de onder haar beheer staande scholen in de avonduren voor de r.k. sportverenigingen open te stellen. WICO was daarom aangewezen op de zalen van gemeentescholen in andere wijken en op de meest onmogelijke uren.
In juni 1952 degradeerde het eerste elftal van WICO naar de 2e klasse Afd. Rotterdam tot op heden is het niet gelukt het verloren terrein te herwinnen. In juli 1954 werd ik tot voorzitter gekozen, welke functie ik tot september 1965 heb vervuld. Het clubblad werd op den duur vervangen door een weekbrief, bevattende het wedstrijdprogramma en actuele nieuwtjes over de vereniging.
FINANCIËN
ln de 50-iger jaren kon WICO zich op financieel gebied redden door het organiseren van een jaarlijkse feestavond en een loterij. Eind vijftiger jaren ontstond de toto. Eerst illegaal, later overgenomen door de K.N.V.B. Dit betekende voor de vereniging wel een verlichting. Later verstrekte de Gemeente Rotterdam de sportvereniging een subsidie voor het jeugdwerk.
AFSCHEID
In september 1965 nam ik wegens vertrek naar Amsterdam afscheid van de vereniging en ik werd tot erevoorzitter benoemd. Dank zij de medewerking van de gemeente kon WICO kort daarna over een eigen clublokaal beschikken. Twee klaslokalen in een kleuterschool in de De Jagerstraat. Helaas kwam mijn opvolger mij enige maanden later in Amsterdam vertellen, dat de nieuwe penningmeester fraude had gepleegd en de vereniging aanzienlijke schade had berokkend.
DE 70-lGER JAREN
ln 1972 werd het 25-jarig bestaan gevierd met een afdeling Voetbal bestaande uit 7 seniorelftallen, 5 juniorenteams en 4 pupillenelftallen. De afdeling gymnastiek bevatten groepen voor kleuters, meisjes, jongens, senior dames en heren. De volleybalafdeling was inmiddels verdwenen.
Bestuursleden kwamen en gingen. Zoals altijd was men blij, als iemand zich beschikbaar stelde. Maar naar mijn mening werd wel eens te snel uit het oog verloren wie men als bestuurslid binnen haalde. In het clublokaal brak in de 70-iger jaren brand uit. Het werd later verplaatst naar de wijk Spangen, omdat door de ontwikkelingen in de jaren ’60 de band met de Willibrordkerk toch al nagenoeg verbroken was. Voor de exploitatie van het clubhuis werd een aparte stichting in het leven geroepen. De Stichting WICO HOME. Elke afdeling kreeg zijn eigen bestuur, werd als zodanig ingeschreven in het Handelsregister en functioneerde geheel zelf standíg.
In 1979 werd bij een andere penningmeester wederom fraude ontdekt. Hij had met behulp van zijn vrouw de vereniging voor + fl. 22.000,– benadeeld. Er stonden b.v. in het clublokaal 2 gokautomaten waarover hij alleen de kontrole had. Op mij werd toen een beroep gedaan zitting te nemen in een commissie van oud-leden om de vereniging door die moelijke tijd heen te helpen. Een te amateuristische aanpak van de exploitatie, b.v. de bar en de automaten in het clublokaal, en uiteraard een te groot vertrouwen in een medebestuurslid waren de oorzaak van dit debacle. Een gerechtelijke aanklacht heeft niets uitgehaald. Misdaad loont!
DE JAREN TACHTIG
Het getij veranderde. In het begin van de jaren ’80 was het karakter van de katholieke vereniging van weleer geheel verloren gegaan. In de St. Willibrordparochie aan de Beukelsdijk functioneert al sedert 15 jaren één priester. Het Westen van Rotterdam is verpauperd en wordt voor het merendeel bewoond door etnische minderheden. De belangstelling voor de voetbalsport schijnt bij de jeugd te tanen. Oude r.k. verenigingen zoals Aeolus, Activitas en WICO hebben geen jeugd en dus geen aanwas meer.
De oude Westerlingen zijn naar de buitenwijken van de stad verhuisd. Toch wordt er in de oude wijken aan renovatie geda,an, omdat het gemeentebestuur niet wil dat deze wijken alleen door buitenlanders worden bewoond. van de jongeren onder de buitenlanders doet nog geen 30% georganiseerd aan sport. Veelal heerst er armoede in deze gezinnen, zodat de verenigingscontributie een bezwaar wordt. De schoolhoofden verwachten in Rotterdam – West in de komende jaren een verdere toename van buitenlandse kinderen. Het geboortecijfer ligt in deze gezinnen immers hoger. De mogelijkheid bestaat, dat andere takken van sport meer aandacht krijgen, b.v. zaalsporten.
WICO heeft al een elftal dat geheel uit Marokkanen bestaat. Zij regelen hun eigen opstelling enz. Ook is er een dokterselftal, geneesheren uit het St. Fransiscusgasthuis die met elkaar binnen WICO hun partijtje voetbal spelen. Persoonlijk juich ik deze ontwikkelingen niet toe. Het zijn immers clubjes binnen de vereniging. Zij hebben alleen oog voor eigen belangen en als bestuur heb je er geen vat op. Vorig jaar is er een afdeling DARTS opgericht. Het is een groep van mensen die in het clublokaal onder de naam WICO hun sport van pijltjes gooien beoefent. Zij betalen hiervoor en gaat zijn eigen gang, daarbij weinig oog hebbende voor andere leden die b.v. willen tafeltennissen of biljarten.
HEARING
Op donderdagavond, 21 april j.l., was ik aanwezig op een z.g. hearing. Een discussie-avond over de toekomst van WICO. Als gespreksbasis lag er een rapport van de N.K.S. met aanbevelingen voor de toekomst. Voor mij bevatten de aanbevelingen echter geen nieuws. Het aantrekken van mensen die zich voor WICO willen inzetten, oud-leden inschakelen, vaste clubavond, clubavond en nevenactiviteiten zijn voor mij geen nieuwigheden. Dat deden wij 50 jaar geleden al. Op die avond is mij ook gevraagd of ik lust had als voorzitter het roer weer in handen te nemen. Ik heb dit verzoek afgewezen. Ik voel mij hiervoor te oud en ik zie teveel verschillen met vroeger. Vroeger had iedereen het idee iets voor de jeugd te doen. Nu zijn de leden allemaal volwassenen, die hun eigen boontjes maar moeten doppen.
TOEKOMST
Over de toekomst van WICO durf ik mij niet uit te laten. Dat men zich over die toekomst bezonnen heeft, acht ik op zich wel een verdienste. Men wil de vereniging in elk geval laten voortbestaan. Een fusie met andere verenigingen is immers ook geen wondermiddel. Er zijn in Rotterdam clubs die al aan hun 3e of 4e fusiepartner toe zijn. Moet voetbal de hoofdmoot blijven ? Zo ja, dan moet er aanvoer komen uit de scholen. Een eigen veld zal in Rotterdam-West wel een illusie blijven.
In september vorig jaar hebben wij het 40-jarig bestaan. Vele oud-leden waren aanwezig. Eigenlijk moet men het als een verdienste zien van velen, die belangeloos hebben medegewerkt zo’n vereniging in stand te houden. Het begon allemaal 59 jaar geleden aan de Westzeedijk. Wat de mentaliteit betreft is er sindsdien veel veranderd. Anderzijds zijn er ook dingen die mij doen denken, dat de tijd heeft stil gestaan.
Pijnacker, mei 1988
B.F. Tunderman
